Hoe zou een duurzame woning eruitzien als je hem zou bouwen met materialen uit je eigen regio? En wie zou daar dan in wonen – en wie zou hem bouwen? Dat zijn de vragen die centraal stonden in drie sessies die afgelopen periode werden georganiseerd in het kader van Possible Landscapes, een project binnen Collectief Circulair.
Het idee voor deze sessies ontstond een paar jaar geleden, toen Annabel voor het eerst in aanraking kwam met Possible Landscapes via de ontwerptafel die Studio Biobased Creations had gemaakt. Tijdens die sessies ontwerpen mensen samen mogelijke toekomstlandschappen, met als centrale vraag: welke toekomst kunnen we ons voorstellen, en hoe inspireren we elkaar om daadwerkelijk in beweging te komen?
Als onderdeel van haar grotere project ‘Regeneratief Bouwen in de IJmond‘ besloot Annabel Possible Landscapes en Lucas de Man naar de IJmond te halen. Doel: laten zien wat er in de IJmond al mogelijk is, welke kennis en materialen er aanwezig zijn, en vooral – mensen met elkaar verbinden.
Tijdens de terugkoppelsessie en presentatie op donderdag 11 juni vatte Lucas de Man de belangrijkste inzichten uit de drie sessies samen.
Duurzaam moet niet experimenteel aanvoelen, maar vertrouwd
Een van de meest opvallende gesprekken ging niet over materialen, maar over identiteit. De IJmond heeft een rijke bouwgeschiedenis en karakteristieke architectuur – waarom zouden duurzame woningen daar dan vreemd of afwijkend uit moeten zien? Deelnemers pleitten voor woningen waar mensen trots op kunnen zijn, woningen waarvan je zegt: “Wauw, daar wil ik wonen.” Misschien zijn het daarom geen twintig identieke woningen die nodig zijn, maar een paar iconische projecten die laten zien hoe de toekomst kan voelen.
Betrokkenheid is geen sluitstuk, maar een startpunt
De grootste verschuiving in het denken ontstond rond de vraag voor wie er gebouwd wordt. In plaats van eerst te ontwerpen en bewoners daarna in te lichten, ontstond het idee om bewoners en buurt vanaf het begin onderdeel te maken van het proces. Zoals een van de deelnemers het verwoordde: niet alleen een programma van eisen, maar een programma van betrokkenheid. Dat verandert wie het plan eigenlijk maakt – en daarmee ook hoe goed het past bij de mensen die er straks wonen.
De echte opbrengst is een netwerk, niet een project
Tijdens de derde sessie werd duidelijk dat de IJmond eigenlijk al beschikt over bijna alles wat nodig is om zelf te bouwen: kennis, materialen, vakmanschap en ondernemerschap. De vraag verschoof daardoor van “hoe bouwen we twintig woningen” naar “hoe verbinden we wat er al is”. Het idee van een hub – een plek waar materialen, kennis, bedrijven en bewoners elkaar vinden – bleek waardevoller dan het oorspronkelijke bouwproject zelf.
Circulair gaat ook over verbinding tussen mensen
Misschien wel het meest onderbelichte inzicht: achter het materiaal- en bouwverhaal ligt een sociaal verhaal. Steeds meer mensen – ouderen, jongeren, gescheiden ouders – wonen geïsoleerd en organiseren alles alleen. Wanneer bedrijven gaan samenwerken, bewoners worden betrokken en materialen lokaal blijven, ontstaat niet alleen een duurzamer systeem, maar ook een sterker sociaal netwerk. Economie, samenleving en natuur komen daarmee samen – en dat is wellicht de kern van wat deze drie sessies hebben opgeleverd.
Hoe nu verder?
De inzichten uit de drie sessies vormen de basis voor de volgende fase van Possible Landscapes binnen Collectief Circulair. De komende periode worden de ideeën verder uitgewerkt, samen met bedrijven, bewoners en organisaties uit de IJmond.
Wil je hierbij aansluiten of op de hoogte blijven?
Dit artikel is geschreven door Emma Fabri.
Dit project is een initiatief van Collectief Circulair, Biobased Creations, CHRITH architecten en .WPLA architectuur, mede gefinancierd door de Europese Unie via JTF IJmond en Kansen voor West, en de Rabobank Ondernemersimpuls.


Geef een reactie